
Deellandschappen
Het projectgebied is onder te verdelen in drie deellandschappen. Het grootste gedeelte van het gebied bestaat uit het stuwwallenlandschap. Tussen de stuwwallen is een beek gaan stromen waardoor er tussen de stuwallen een beekdallandschap is ontstaan. Zeekleilandschap ligt in het noorden van het gebied. De beek mond uit in het Veluwemeer, wat vroeger de Zuiderzee was.
​
Stuwwallandschap
De gletsjer in de voorlaatste ijstijd zorgde voor opstuwing van de bodem. Hieruit ontstonden de stuwwallen van het Veluwemassief. De eerste bewoners van het gebied vestigde zich op deze hoger gelegen gebieden. Restanten van de eerste bewoners zijn nog terug te vinden in de vorm van grafheuvels. De stuwwallen bestonden voornamelijk uit bos maar veel bomen werden gekapt voor houtproductie waardoor er heide ontstond. De heide speelde een belangrijke rol in de potstalcultuur. Van de heide gestoken plaggen werden gebruikt in de stallen. De plaggen in combinatie met mest werden vervolgens over de akkers gestrooid. Rond de dorpen ontstonden vruchtbare essen. Op de stuwwallen zijn nu enkele potstallen aanwezig zoals de schaapskooi bij Ermelo. Het gebied veranderde van een gesloten bebost gebied naar open heidevelden. Een nadelig gevolg van het gebruik van heideplaggen is dat er stuifzanden ontstonden. De stuifzanden zorgde voor veel overlast waardoor en om dit tegen te gaan werden er weer bomen gepland. Nu bestaat het gebied weer vooral uit bossen met kleinere gebieden met heide en stuifzanden. Op de stuwwal komen nog malebossen voor, zoals het Speuldersbos.
Beekdallandschap
Het beekdal bestaat uit een stelsel van verschillende stroompjes in een moerassig gebied. Het water bestaat uit kwel afkomstig van de hoger gelegen gebieden en regenwater afkomstig van het Uddelermeer. Bij hevige regenval loopt de beek over wat zorgt voor bijzondere natuur. De overgangen van hoog en laag en van nat naar droog maakt het gebied interessant voor landgoederen of landhuizen. Die landgoederen liggen dicht bij de beek omdat ze de beek gebruikte voor watermolens. Het gebied rondom de beek bestond vooral uit natte hooilanden en akkers met houtwallen. Omringd door de grote velden met heide. Verder stroomafwaarts dreigde de beek te verzanden door de stuifzanden langs de beek. Om dit te voorkomen werden er eikenbomen langs de beek gepland. Randwallen ontstonden langs de beek doordat het zand tussen de bomen bleef liggen.
Zeekleilandschap
Het laatste deellandschap is het zeekleilandschap. Dit gebied is grotendeels gevormd door de Zuiderzee. Nu ligt het aan het Veluwemeer met daarachter de Flevopolder. Kenmerkend voor het Zuiderzeegebied zijn de kleine duinen aan de rand van het meer. Achter de duinen liggen de natte weide gronden, dat door gebrek aan begroeiing een erg open gebied is. Tussen de platte weide gebieden en de stuwwal ligt een overgangsgebied. Daar liggen dorpsgemeenschappen in een kleinschalig gebied met kleine bospercelen en houtwallen. De beek stroomt in dit deellandschap in een rechte lijn naar het Veluwemeer. Langs de beek staan veel campings en kasteel De Essenburgh.
